Leegstand kantorenmarkt: een overzicht vanuit juridisch perspectief
Aanleiding is het verschijnen van het boek 'Leegstand en ruimte' van de hand van Hoekstra en Wintgens (Berghauser Pont Publishing 2012). Eerder verscheen van de hand van dezelfde auteurs een artikel met soortgelijke strekking en boodschap ('Een verkenning van de mogelijkheden om leegstand van kantoren te bestrijden, anno 2011', Tijdschrift voor Bouwrecht, 2011/95). Het recente boek kan worden gezien als een verder uitgewerkte versie van het eerdere artikel.
Wat is het belang van een dergelijk boek voor slimme financiering? Om te beginnen zien wij het fenomeen 'leegstand kantorenmarkt' als een interessante casus om onze ideeën over slimme financiering aan te toetsen. Op de tweede plaats kijken wij er vanuit een economische (en ruimtelijke-, duurzame-) bril naar, dat heeft ook zijn beperkingen en dus is het goed te kijken naar wat andere disciplines hierover te melden hebben. En last but not least: op ons seminar op 6 juni 2012 staat de casus 'leegstand kantoren' centraal.
Wie heeft hier een probleem?
En: de juridische invalshoek is echt anders. Wat mij verbaast is dat een probleem-analyse nagenoeg achterwege blijft. Ons advies is altijd om te beginnen met de cyclus van transparant beslissen: - wat is hier het probleem precies? - wat zijn de feiten? - wie zijn de spelers en hun belangen? (zie www.transparantbeslissen.nl). Voor de eigenaar/belegger in leegstaande kantoorpanden is er nog niet echt een probleem. De beleggers kijken naar hun totale portfolio en niet naar specifieke objecten. De boekhoudregels zijn blijkbaar nog niet zo dwingend dat leegstand snel leidt tot afwaardering van de boekwaarde van de panden. Bovendien: eventuele verliezen (die op den duur toch genomen moeten worden) kunnen worden afgewenteld op de anonieme verzameling pensioengerechtigden. Heeft de gemeente dan een probleem met leegstand? Tja, het is natuurlijk niet fraai al die leegstaande panden. Maar echt een probleem? De gemeenten zitten met andere problemen, dat ze dure grond niet meer verkocht krijgen voor de oude steeds hoger wordende tarieven. De gemeente is in dit spel een speler die zelf ook belangen heeft (vergeet ook niet dat de overheid zelf lege panden achterlaat door te kiezen voor huisvesting van ambtenaren in nieuwe panden). Het echte probleem is dat het oude verdienmodel van steeds hogere grondprijzen (en daarmee hogere huren en hogere vastgoed-waarden) niet meer werkt.
Een goede economische analyse van de leegstand is overigens 'Kantorenleegstand: een analyse van de marktwerking' van het EIB (december 2010) (in het boek overigens ook verwerkt in hoofdstuk 3).
Bestaande instrumenten
Het gaat om de volgende bestaande instrumenten met wettelijke grondslag die kunnen worden ingezet om leegstand te bestrijden:
- Bestemmingswijziging
- Onteigening
- Leegstandswet
- Wet kraken en leegstand
Conclusie (ook van de auteurs): bestaande instrumenten kunnen worden ingezet maar zijn niet effectief. Vanuit het bestaande instrumentarium moet dus eerder worden gekeken naar voorkomen van erger: een goede structuurvisie die rekening houdt met lange termijn vraag en aanbod, bemoeilijken (duurder maken, aan condities binden) van nieuwbouw (hoewel ook hier haken en ogen aan zitten, wederom hier niet de plaats daar op in te gaan).
Mogelijke instrumenten
Hier gaat het om in principe bestaande instrumenten maar zonder wettelijke basis:
- Verhandelbare ontwikkelrechten
- Leegstandstaks / verwijderingsbijdrage
De leegstandstaks houdt in dat je per maand leegstand een bepaalde boete betaalt (bij een verwijderingsbijdrage doe je dat voorafgaand aan de bouw). Deze boetes komen in een pot waar je dan later de sloop en renovatie uit betaalt in de vorm van subsidies. Ook hier geldt weer het argument of de boete wel bij de goede partijen terecht komt (zelfde tegenargument van onze kant). Maar het allerbelangrijkste bezwaar: het instrument kan weliswaar worden ingezet, maar heeft een grote kans in zijn werking nietig te worden verklaard. Overigens zijn er landen (België bijvoorbeeld) waar deze instrumenten wel zijn ingevoerd en ook lijken te werken.
Conclusie: bestaande instrumenten die zouden kunnen werken missen een wettelijke basis.
Alternatieven
Zijn er dan nog andere instrumenten te bedenken? De auteurs noemen er twee:
- Leegstandsfonds
- Exploitatie- of gebruiksverplichting
Dan last but not least: het leegstandsfonds. Aan alles is te zien dat de auteurs dit als hun paradepaardje zien. En terecht denk ik. Het idee is dat uiteindelijk met name de maatschappij als geheel hier een probleem gaat krijgen. Daarom zou de overheid leegstaande panden die nooit meer verhuurd gaan worden vanuit de huidige kennis moeten opkopen. Juridisch kan dat natuurlijk in een apart op te richten fonds en het hoeven ook niet alleen overheden te zijn die dit doen, private en publieke partijen kunnen hier in een PPS constructie samen werken. Het fonds gaat zich dan bezinnen op alternatieve aanwendingen voor het gebruik van de panden dan wel besluit het over te gaan tot sloop.
Op zich denk ik dat het leegstandfonds een van de meest kansrijke opties is. Maar weer even vanuit een economische bril:
- Wie worden de toekomstige gebruikers?
- Tegen welke condities?
- Renderend zal het niet worden: wie gaat er betalen?
- Dat kan natuurlijk niet alleen de overheid zijn.
- Auteurs: de betaler zal ook profiteren van de toekomstige opbrengsten. Leuk hoor, maar als die er zijn dan was het probleem al opgelost natuurlijk.
Zitten marktpartijen hierop te wachten? Waarom zouden ze een overheid daarbij willen hebben? Vooral ook om extra gelden (lees: subsidies) bij elkaar te harken. Als die subsidies er niet zijn dan werkt het alleen maar vertragend voor de marktpartijen. In wezen komt de constructie neer op het in goed overleg verdelen van het verlies (en daar komt dan toch een subsidie om de hoek kijken) met een kleine kans op positief rendement in de verre toekomst. Als het rendement zich overigens ooit voordoet, dan zal de overheid daar als belanghebbende ook in delen.
Slot
Goed om deze zaken in een artikel en boek bij elkaar te hebben. Lees het vooral zelf om meer achtergronden en verdieping te krijgen.
Rudy van Stratum